Omgaan met onrust bij uw naaste met dementie


Bij veel mensen met dementie verandert het gedrag. Het wordt voor hen lastiger om grip op de werkelijkheid te houden, waardoor ze onrustig worden. Deze onrust uit zich op verschillende manieren. Zo worden sommige mensen met dementie achterdochtig, en andere juist bang, boos of beweeglijk. Deze vijf tips helpen u en uw naaste om met deze onrust om te gaan.

Omgaan met onrustProbeer inzicht te krijgen in de gedragsveranderingen

Kunt u patronen in de gedragsveranderingen ontdekken? Wordt uw naaste vaak overdag, of juist ’s avonds onrustig? Ontstaat de onrust spontaan, of is er een aanleiding? Door inzicht te krijgen in het gedrag, kunt u beter inschatten hoe u de onrust (deels) weg kunt nemen.

Beïnvloed het gedrag

Iemand met dementie heeft niet meer het besef en inzicht om zelf zijn gedrag te veranderen. Vaak weet u als partner of mantelzorger waar de persoon met dementie goed op reageert. Veel prikkels (visite, drukke televisieprogramma’s) kunnen het gedrag negatief beïnvloeden, terwijl rust juist positief werkt. Ga bijvoorbeeld even samen naar buiten.

Zorg voor een vaste dagelijkse structuur

Sta iedere dag om dezelfde tijd op, houd regelmaat aan in de maaltijden en beweeg dagelijks. Een vaste structuur kan een positief effect hebben op iemand met dementie: hij of zij weet precies hoe de dag eruit gaat zien. Dat geeft rust.

Zet dingen ‘in beeld’

Voor veel mensen met dementie is initiatief nemen lastig. Zorg daarom dat u dingen ‘in beeld’ zet. Leest uw naaste graag de krant en geeft dit rust? Leg deze dan in zijn blikveld. Doe dit ook met eten en drinken. Het is vaak geen goed idee om de hele dag de televisie aan te laten: dit kan leiden tot overprikkeling.

Start eventueel met medicatie

Heeft beïnvloeding van het gedrag geen effect, dan kan medicatie soms uitkomst bieden. Overleg dit goed met uw huisarts of geriater. Hij of zij kan u meer informatie geven over welke medicatie het beste past, wat eventuele bijwerkingen zijn en wat het te verwachten effect is.