Omgaan met achterdocht

'Wel tien keer per dag belde moeder omdat ze weer iets kwijt was. En altijd beschuldigde ze mijn broer hiervan'. Achterdocht komt zeer vaak voor bij mensen met dementie. Achterdocht kan zelfs een van de eerste symptomen zijn van dementie. Slecht horen en zien maken de achterdocht nog sterker.

Begrijpelijk

De achterdocht van uw naaste is wel te begrijpen. Hij/zij vergeet allerlei dingen die net gebeurd zijn. Uw naaste vergeet bijvoorbeeld waar hij/zij de bril heeft neergelegd. En is zich ook niet bewust van de vergeetachtigheid. Als de sleutels op een andere plek liggen dan verwacht, denkt u naaste dat een ander het gedaan moet hebben. Soms krijgen mensen met achterdocht zelfs waanbeelden en blijven steeds dezelfde persoon verdenken van iets wat niet gebeurt is. Achterdocht kan op verschillende manieren voorkomen. 

Tips bij missende voorwerpen:

  • Leg spullen op vaste plaatsen. In de beginfase van dementie is dat mogelijk nog aan te leren. 
  • Straf uw naaste niet voor het verliezen van voorwerpen of het verbergen van spullen.
  • Probeer er achter te komen wat de favoriete verbergplaatsen zijn.
  • Zorg voor een tweede exemplaar van dingen die vaak kwijtraken, zoals sleutels, brillen, portemonnees en hoorapparaten.
  • Vertel uw naaste rustig hoe het echt zit. Leid uw naaste dan van het onderwerp af en stel diegene gerust. Lukt dit niet, ga dan niet in discussie om diegene te overtuigen van de waarheid. 
  • Uitleg helpt soms maar even. Het is het beste er niet te veel op in te gaan, maar het positieve te benadrukken. "Je hebt je bril nu gelukkig weer gevonden."
  • Niet altijd is het zo op te lossen. De ene persoon is daar eerder tevreden mee dan de ander.  

Tips bij beschuldigingen:

  • Ga niet in discussie over beschuldigingen. Meestal bedoelt u naaste het niet persoonlijk en kan hij/zij er niets aan doen.
  • Laat wel merken dat u het vervelend vindt dat uw naaste iets kwijt is.
  • Help met zoeken.
  • Probeer uw naaste af te leiden.
  • U mag ook best aangeven dat het voor u moeilijk is dat u beschuldigd wordt.

Algemene tips voor het omgaan met achterdocht:

  • Praat erover met familie, vrienden of lotgenoten. Ga bijvoorbeeld naar één van de Alzheimercafés die overal in Nederland worden gehouden.
  • Overleg met uw huisarts over professionele hulp. In steeds meer regio’s zijn casemanagers dementie aanwezig. Zij zijn het aanspreekpunt voor mensen met dementie en hun omgeving. Zij begeleiden en adviseren.
  • Leg aan vrienden, familie en andere betrokkenen uit dat ze de beschuldigingen niet persoonlijk moeten opvatten.
  • Het gevoel van uw naaste is écht en een oplossing waarbij uw naaste in waarde wordt gelaten voorkomt spanningen.
  • Als er ook maar een kleine kans bestaat dat de beschuldiging van uw naaste op waarheid berust, onderzoek die dan. Mensen met dementie zijn extra kwetsbaar voor bedrog en diefstal. Het komt maar al te vaak voor dat mensen misbruik maken van deze situatie.
  • Lichamelijke of psychische kwalen kunnen ook achterdochtig gedrag veroorzaken. Mogelijk heeft je naaste last van gehoorverlies, verstopping, infectie, koorts of pijn die ze niet goed kan aangeven.
  • Kijk of het lukt om met uw naaste te spreken over het gevoel achter de achterdocht. Mogelijk herkent uw naaste personen niet waardoor hij/zijn wantrouwend is.
  • Muziek, activiteiten, wandelen, zingen, oude foto’s bekijken en gesprekken met vrienden en familieleden leiden af van de achterdocht.
  • Een dagboek bijhouden kan u daarbij helpen. Dat helpt ook om te kijken of er specifieke momenten zijn waarop het achterdochtige gedrag zich voordoet.