Misidentificatie bij dementie

Door dementie raken de denkprocessen verstoord. Dit uit zich vaak in geheugenstoornissen. Bij een deel van de mensen met dementie kunnen er ook hallucinaties (dingen zien die er eigenlijk niet zijn) en wanen (overtuigingen hebben die niet stroken met de werkelijkheid) optreden. Een bijzondere groep wanen worden samen het misidentificatiesyndroom genoemd. 

Verschillende vormen

Er bestaan verschillende vormen van het misidentificatiesyndroom, zoals het syndroom van Capgras. Hierbij heeft iemand de overtuiging dat de partner, een familielid of bekende niet echt is, maar vervangen is door een dubbelganger met hetzelfde uiterlijk en gedrag. Het tegenovergestelde komt ook voor: onbekende mensen of plaatsen worden beschouwd als bekend, ook wel het Fregolisyndroom genoemd. Ook komt het Phantom boarder syndroom (spookkostganger) voor, waarbij iemand de overtuiging heeft dat er andere mensen in huis wonen en leven. Mensen met het televisiemisidentificatiesyndroom hebben de overtuiging dat televisiepersonen aanwezig zijn in huis, of de overtuiging dat zij zelf in de televisieomgeving aanwezig zijn. Tot slot komt het huismisidentificatiesyndroom regelmatig voor: de overtuiging van een persoon dat het huis niet zijn of haar huis is. Het misidentificatiesyndroom kan bij alle vormen van dementie voorkomen, hoewel ze relatief vaak lijken voor te komen bij Lewy body dementie.

Hardnekkig

Wanen in het algemeen en specifiek het misidentificatiesyndroom zijn moeilijk om mee om te gaan. Wanneer de waan niet tot grote problemen leidt, kan er vaak worden volstaan met geruststelling en/of afleiding. Vaak zijn de overtuigingen echter sterk en hardnekkig. Veel mantelzorgers proberen door middel van logisch redeneren hun naaste te overtuigen van hun verkeerde opvatting. Toch geloven veel mensen dit vaak niet. De pogingen om te overtuigen kunnen de waan zelfs versterken of leiden tot boze reacties.

Omgangstips

Omgaan met het huismisidentificatiesyndroom blijkt in de praktijk vaak een enorme belasting te zijn voor de partner. Mensen met het syndroom willen immers naar hun ‘echte’ huis en gaan hier ofwel naar op zoek ofwel eisen van de partner dat hij of zij naar hun echte huis worden gebracht. Vaak werkt het in de beginfase goed om een stukje te gaan wandelen of rijden met de auto, waarbij het huis bij terugkomst weer wordt herkend en beschouwd als het echte huis. Na verloop van tijd kan dit effect echter steeds van kortere duur worden. Hetzelfde principe kan ook worden gebruikt bij het syndroom van Capgras. Je kunt zeggen: “Inderdaad, ik ben niet de echte. Die komt er zo aan hoor.” Hierna kun je de kamer uitlopen en na een minuut terugkeren. De kans is groot dat je dan weer als de echte wordt beschouwd. 

Hulp

Soms is een misidentifcatiesyndroom zo heftig dat bovenstaande omgangstips niet helpen. Raadpleeg dan de hulpverlener, zoals je casemanager of huisarts. Soms is het nodig dat een arts medicatie voorschrijft in een poging de wanen of het bijkomende gedrag te onderdrukken. Er is echter weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende middelen. In de praktijk betekent dit vaak dat er verschillende middelen worden uitgeprobeerd. 

Heeft u vragen over dit onderwerp? U kunt u vraag stellen via een gratis email consult!