Dementie en medicijnen

Een genezende behandeling voor dementie is er nog niet. Wel zijn er medicijnen die de voortgang van de ziekte kunnen vertragen of de kwaliteit van het leven voor de patiënt en zijn omgeving kunnen verbeteren. Deze zijn te verdelen in twee groepen. Allereerst bestaan er middelen die verslechtering van het geheugen en denkprocessen proberen tegen te gaan (dementieremmers). Een tweede groep wordt gevormd door de geneesmiddelen die worden gebruikt tegen eventueel optredende gedragsveranderingen (psychofarmaca). Door een gebrek aan ziekte inzicht of vergeetachtigheid kan uw naaste met dementie moeite hebben de medicatie op de juiste wijze in te nemen. Daarom is het bij elke vorm van medicatie belangrijk er goed op toe te zien dat de medicijnen zorgvuldig worden ingenomen. 

Dementieremmers

Deze middelen hebben geen genezende werking, maar richten zich op vertraging of stabilisatie van het ziekteproces. De werkzaamheid ligt vooral op het gebied van het denkvermogen (geheugen, abstract denken, taal, handelen) en een verbetering van het dagelijks functioneren. Zoals omgaan met geld, telefoneren, koken, schoonmaken en lichamelijke verzorging. In Nederland worden de cholinesteraseremmers rivastigmine (Exelon) en galantamine (Reminyl) gebruikt voor de behandeling van lichte tot matige Alzheimer. Daarnaast wordt memantine (Ebixa) toegepast voor matige tot ernstige Alzheimer. Al deze medicijnen worden op beperkte schaal voorgeschreven door specialisten. Belangrijk is om goed te letten op de mogelijke bijwerkingen van deze medicijnen. De dementieremmers zijn primair ontwikkeld voor mensen met de ziekte van Alzheimer, maar worden soms ook voorgeschreven aan mensen met andere vormen van dementie. Vooral bij mensen met Lewy Body dementie hebben ze soms goed resultaat. De medicatie heeft vooral invloed op de veranderingen in het gedrag. 

Psychopharmaca

Bij iemand die aan dementie lijdt, verandert vaak het gedrag als gevolg van de ziekte. Deze gedragsverandering kan een grote last zijn voor de patiënt en zijn omgeving. Denk bijvoorbeeld aan: lusteloosheid (apathie), somberheid (depressie), angst, onrust, achterdocht, agressief gedrag of waanvoorstellingen. Ook hierbij geldt dat medicatie met psychofarmaca dementie niet kan genezen, maar de verschijnselen en gedragsproblemen vaak wel kan verminderen tot een voor de patiënt en zijn omgeving aanvaardbaarder niveau. Overigens is het raadzaam deze medicijnen niet langere tijd achtereen te gebruiken en altijd te proberen op een andere manier het gedrag te beïnvloeden.

Correcte inname medicijnen

In de beginperiode van de dementie kan het zo zijn dat de patiënt zelf nog zijn geneesmiddelen inneemt. Toch is het belangrijk dat u een oogje in het zeil houdt. Denk hierbij aan de volgende punten:

  • Vaak zijn de letters en cijfers op verpakkingen en medicijnflesjes erg klein. Dit kan betekenen dat de dementerende het voorschrift niet kan lezen en dus bepaalde aanwijzingen gemakkelijk over het hoofd ziet.
  • Het is belangrijk na te gaan of de patiënt de voorschriften wel goed begrijpt. Laat hem het nog eens mondeling herhalen. Schrijf de voorschriften eventueel op een apart papier dat u goed in het zicht hangt.
  • Soms denken patiënten dat ze een dagje medicijngebruik mogen overslaan als ze zich wat beter voelen. Veel geneesmiddelen werken echter slechts goed als de hoeveelheid in het bloed gelijkmatig blijft.
  • Sommige verpakkingen geven problemen. Het lukt ouderen soms niet een verpakking te openen of een tablet uit de folie te drukken. Het tablet is dan al geheel fijngedrukt voordat de patiënt het uit de verpakking heeft weten te krijgen.
  • Vergeetachtigheid kan leiden tot onder- of overdosering. Een week-doseerbakje dat verkrijgbaar is bij de apotheek biedt uitkomst. Dit heeft als voordeel dat u tussendoor ziet welke tabletten al zijn ingenomen.